In de uitvaartwereld wemelt het van de etiquette. Ongeschreven regels. Tradities die van generatie op generatie zijn doorgegeven. Net als bij andere vormen van etiquette zijn ze ooit ontstaan vanuit symboliek, geloof of respect.
Alleen: de wereld verandert. Mensen veranderen. Afscheid nemen verandert. Maar de etiquette lijkt daarin niet altijd mee te bewegen.
Zo staat in deze etiquette bijvoorbeeld dat bij een opbaring de handen van een vrouw links over rechts horen te liggen en die van een man juist rechts over links. Dat de kist altijd met het voeteneinde naar buiten wordt gedragen en met het hoofdeinde weer naar binnen. Dat nabestaanden in een vaste volgorde achter de rouwauto lopen, dat zwarte kleding de norm is en applaus niet gepast.
Ik had daar eerlijk gezegd nooit echt bewust bij stilgestaan. En ik merk: ik vind het ook niet zo belangrijk. Want is dit nu écht waar het om draait?
Laat één ding duidelijk zijn: alles wat ik doe, doe ik met het volle respect voor de overledene en voor de familie. Respect is voor mij geen vaste volgorde of strak protocol. Het is een houding. Aandachtig, zorgvuldig, afgestemd op wie iemand was en wat een familie nodig heeft.
Misschien zijn wij in het Westen een beetje stijf geworden met al onze regels. Iedereen keurig in een rij. Stil. In zichzelf gekeerd. Verdriet netjes ingepakt. Alsof er een onzichtbare gedragscode hangt boven elke aula: hier zijn we serieus. Hier huilen we zacht. Hier lachen we niet.
Terwijl verdriet zoveel vormen kent. En liefde óók.
Kijk bijvoorbeeld naar andere culturen. In de Surinaamse cultuur klinkt bij een uitvaart vaak zang en muziek en wordt er zelfs gedanst, met de kist op de schouders gedragen. Verdriet en vreugde bestaan daar naast elkaar; de dood wordt niet alleen als verlies gezien, maar ook als overgang. Een laatste eerbetoon in beweging, vol overgave en verbondenheid.
En dat is niet respectloos. Integendeel. Het is een andere manier van respect tonen. Een andere taal van liefde en verbondenheid.
Waarom vinden wij het hier dan soms ongemakkelijk als er gelachen wordt? Of als iemand een anekdote vertelt waar de zaal van krom ligt? Alsof ernst de enige juiste toon is.
Ik loop bijvoorbeeld niet standaard voor de rouwauto uit. Dat “hoort zo”, zeggen sommigen. Maar waarom? Als een familie dat graag wil, doe ik dat natuurlijk. Alleen ik geloof niet zo in “zo hoort het”. Ik geloof veel meer in: hoe voelt het? Wat past bij degene die is overleden? Wat past bij deze familie?
Gelukkig is koffie met een plak natte cake niet meer heilig en staan we ook niet meer standaard in een strak rijtje voor de condoleance. Er is meer ruimte ontstaan voor een eigen invulling. En toch merk ik vaak nog een bepaalde voorzichtigheid. Alsof we het wel iets persoonlijker mogen maken, maar niet té persoonlijk. Alsof het veilig en herkenbaar moet blijven. We moeten vooral niet te gek doen. Niet te uitbundig. Niet te anders.
Waarom niet?
Laatst begeleidde ik een uitvaart van een meneer die hield van vis. Van chocolademelk. Van perensap. En van cheesecake. Dus wat was er na afloop? Heerlijke vishapjes. Warme chocolademelk. Verse cheesecake. En natuurlijk perensap. Het klopte. Het voelde zó eigen. Mensen glimlachten terwijl ze een slok namen. “Dit is echt hij,” zei iemand zacht.
Dat is toch waar het om gaat?
En dan de locatie. Waarom “moeten” we naar het crematorium? Niemand komt bij leven graag op zo’n plek, waarom dan wel als je bent overleden? Waarom niet naar de favoriete kroeg? Naar de tuin waar iemand zo graag zat? Naar een plek vol herinneringen?
Ook een dienst hoeft niet altijd volgens het vaste stramien te verlopen. Natuurlijk zijn er rituelen die al eeuwenlang betekenisvol zijn. Kaarsen. Muziek. Woorden. Stilte. Maar het kan ook anders.
Jaren geleden overleed mijn verstandelijk gehandicapte oom. Hij woonde op een terrein met meerdere woningen voor mensen met een beperking. Op een kar, prachtig versierd met bloemen, maakte hij zijn laatste tocht langs alle huizen. Bewoners kwamen naar buiten, sloten zich aan bij de stoet. Tijdens de uitvaart stond de kist in het midden van een ruimte op het terrein zelf. Wat daar gebeurde was puur. Bewoners liepen spontaan naar voren. Ze vertelden iets. Of ze stortten zich huilend op de kist. Ongefilterd. Intens. Zonder gêne. Zonder regie.
Daar zat geen etiquette tussen. Alleen liefde, puurheid en gemis.
En misschien… kunnen wij daar nog wat van leren.
Misschien gaat echte uitvaartetiquette niet over links of rechts, over voeteneindes of volgordes. Naar mijn idee gaat het over aandacht. Over afstemmen. Over durven voelen wat klopt. Want respect zit niet in regels, respect zit in oprechtheid.
